Achtergrond
Op 2 juni 2009 is door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een brief gestuurd aan de Tweede Kamer waarin zij de Kamer informeert over haar voornemen om gegevens van niet-ingezetenen in de basisregistratie personen op te nemen.
Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het wetsontwerp Basisregistratie personen (BRP). De wetgeving voor de registratie van niet-ingezetenen is één van de vier thema’s die hierin aan de orde komen. Samen met de andere thema’s bevat het wetsontwerp een logisch geheel van inhoudelijke vernieuwingen die bewerkstelligen dat de basisregistratie personen gereed is om de nieuwe uitdagingen aan te gaan die daaraan, zowel door de gebruikers als de geregistreerde burgers zelf, worden gesteld.
De doelgroep
Een Poolse schilder die steeds voor twee maanden in Nederland werkt, woont niet in Nederland maar heeft wel een relatie met de Nederlandse overheid. Maar ook een grensarbeider die dagelijks in Nederland komt maar in België of Duitsland woont. Of een Nederlander die aan de Spaanse kust van zijn AOW geniet. Deze mensen hebben vaak een relatie met meerdere Nederlandse overheidsorganen, zoals het UWV, de Belastingdienst en de SVB. Maar omdat ze niet in Nederland wonen, worden hun gegevens niet bijgehouden in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).

Uitwisseling van persoonsgegevens zonder en met RNI
Bundeling van gegevens
Op dit moment houden verschillende overheidsorganen elk hun eigen registratie van deze 'niet-ingezetenen' bij. In de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI) worden deze gegevens gebundeld tot één geheel. Deze gebundelde registratie bevat de basisgegevens over niet-ingezetenen die worden ontleend aan de registraties van een aantal aangewezen overheidsorganen en de inschrijvingen aan het RNI-loket. Voor iedere ingeschrevene wordt een persoonslijst aangelegd met daarop een burgerservicenummer (BSN), de identificerende gegevens en het buitenlands adres. De registratie van niet-ingezetenen vormt straks samen met de GBA de Basisregistratie Personen (BRP).
Voordelen
Het bundelen van persoonslijsten van niet-ingezetenen op één plaats heeft grote voordelen. De uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor het uitvoeren van verschillende overheidstaken wordt eenvoudiger en sneller. Overheidsorganen hoeven over deze basisgegevens nog maar met één RNI te communiceren in plaats van met meerdere overheidsorganen. Alle wijzigingen die deelnemers ontvangen over de gegevens, worden door hen doorgegeven aan de RNI en komen zo ter beschikking van alle afnemers. Daarmee wordt de actualiteit van de gegevens verhoogd. De kwaliteit van de gegevens wordt verhoogd omdat overheidsorganen de beschikking krijgen over de resultaten van de controles en eventuele correcties van de deelnemers. Ook voor niet-ingezetenen zijn er voordelen: zij hoeven aan veel minder overheidsorganen wijzigingen in hun gegevens door te geven.
RNI en GBA vormen samen de Basisregistratie Personen
De registratie van niet-ingezetenen vormt straks een geheel met de GBA. De architectuur van het systeem dat nodig is om de gegevens over niet-ingezetenen te verstrekken, sluit zoveel mogelijk aan op de architectuur van de GBA. Voor de (potentiële) afnemers betekent het voorgaande dat het verkrijgen van informatie over niet-ingezetenen op dezelfde manier verloopt als het verkrijgen van informatie over ingezetenen.

